Koperen Passer Tienen

Club V-9

Groep Hof ter Rode



Pierre

 

 

Mestreech vriedig zèstien miert 2018

Vrijdag 16 maart 2018

(In de tekst staan de nummers van de foto’s van Pol tussen haakjes. Bedankt Pol!)

’t Was alweer de derde vrijdag van de maand: dat betekende dus op stap met de Passers, nu voor een “dubbelslag”. !17 stuks immers wilden zich in TEFAF per sé gaan vergapen aan onaardse schoonheid in al even onaardse en dus onbetaalbare prijzen; 15 anderen gingen de meer prozaïsche toer op in het Jekerkwartier. Voor ons vertrek keerden we terug naar de plaats waar het voor de “anciens” onder ons ooit eens allemaal begon: parking Carrefour, in illo tempore nog GB! En ook een zevental dames waren er weer met veel goesting bij! Etienne daarentegen moest, tegen zijn goesting dan, wegens knieproblemen afhaken.

Waar het de dagen vooraf regende van a tot z en omgekeerd, had nationale Frank voor vrijdag onze hoop op betere tijden wat opgevijzeld met “enkele buien afgewisseld met opklaringen”! Ja, amehoela: de ene stortbui verdrong de andere terwijl de egale grijze luchten boven Brels vlakke land ook al geen verpozing beloofden! Voor de Tefaffers geen natje aan de hemel: zij zouden hun dag in droge schoonheid kunnen passeren! En toch geen gejammer, geklaag noch gezeur bij de dappere wandelaars toen Gunther hen aan het StayOkay-hotel de regen in “drupte”. Als beloning voor hun moed en zelfopoffering kregen zij daar, in afwachting dat gids Ria van Wedderen(11) ons zou komen oppikken, een warme deugddoende douwe egberts aangeboden. Ria was dan nog zo lief het normaal twee uur durende parcours een beetje in te korten en ook aan te passen aan een paar minder valide Passers. En zo konden we onder moeders paraplu toch nog “vrij en vrolijk”de straten en pleinen van Maastrichts oudste kwartier aan de Jeker induiken.

***

De geschiedenis van Maastricht is eeuwenlang bepaald door de aanwezigheid van militairen en dat maakte haar tot een ware vestingstad. De Romeinen waren de eersten die hier een vesting, een castellum, bouwden op en rond het Onze-Lieve-Vrouweplein. Die vesting moest de allereerste brug over de Maas beschermen: de Romeinse brug die later instortte en vervangen werd door de Sint-Servaasbrug (de brug met de negen bogen) over de Maas(69). In de vroege middeleeuwen werd begonnen met de aanleg van een stadsmuur, een eeuw later gevolgd door een tweede(14). Door haar strategische ligging aan de enige doorwaadbare plaats over de Maas (vandaar ook de naam), was Maastricht eeuwenlang één van de belangrijkste vesting- en garnizoensteden. Heel wat beroemde historische personages kwamen hier “op bezoek”: o.m. de hertog van Alva, prins Frederik Hendrik van Oranje en de wereldberoemde musketier d’Artagnan.

De wijk Jekerkwartier in het historisch centrum van Maastricht telt een groot aantal historische kerken, kloosters, woonhuizen en delen van de eerste en tweede middeleeuwse stadsmuur. Het westelijk deel staat vanwege de aanwezigheid van meerdere hoger onderwijsinstellingen bekend als het Quartier Latin van Maastricht.

De wijk ontleent zijn naam aan het riviertje de Jeker dat onder en door de wijk stroomt en in de Maas uitmondt. Het was er van oorsprong een laag gelegen gebied met een aantal vertakkingen van de Jeker. Door de aanwezigheid van stromend water in het middendeel vestigden zich hier veel leerlooiers; een aantal straatnamen herinneren hier nog aan (Looiersgracht bvb.).
Het Jekerkwartier is van groot belang voor het toerisme, o.m. door de pittoreske straatjes met kleinschalige winkels en horecagelegenheden, de vele monumentale panden, het Natuurhistorisch Museum, de historische omwalling en het Stadspark.
In een toeristische folder lazen we: “Een bezoek aan Maastricht is pas compleet als men in het Jekerkwartier is geweest!” Dus… daar gaan we!

***

We wandelen eerst door het Stadspark(12), een der oudste van Maastricht, met een fraaie Engelse landschapstuin, vroeger de paradeplaats voor de Maastrichtse bourgeoisie, nu, bij mooi weer, ingepalmd als ligweide door studenten. We passeren het Mgr. Nolenspark, een wandelpark t.o. het rondeel “Haet ende Nijdt”(13). Zo’n rondeel is een halfrond bouwwerk, deel van een vesting, om zwaar geschut op te plaatsen, vandaar de stevige constructie. Het was rond omdat men zo ook flankerend vuur kon geven.
Richting Hoge Brug komen we via het bruggetje over de Jeker bij de Helpoort(18), een voormalige stadspoort, onderdeel van de eerste middeleeuwse stadsmuur tegenover het Pesthuys(15). Het is de oudste nog bestaande stadspoort van Nederland. De twee ronde torens vallen al van ver op, terwijl de rood-oranjehouten weererker boven de poort voor wat kleur zorgt! In de bodem zaten vroeger werpgaten; daardoor kon men de vijand van bovenaf bestoken. Tevens boden de gaten de mogelijkheid om een brand voor de poort te blussen.

De poort maakte vroeger deel uit van de O.-L.-Vrouwewal, een stadsmuur van ca. 2,5 km lang en 5 m hoog. In de wal bevinden zich een vijftal poternes: kleine poorten die particulieren mochten gebruiken op voorwaarde dat ze die bij belegeringen op eigen kosten zouden dichtmaken.

Vlakbij tegenover de  Helpoort staat het Pesthuys, een voormalige papierfabriek met een watermolen op de Jeker. Het gebouw, voornamelijk opgetrokken in bakstenen, mergelblokken en Naamse steen, is aan de noord- en oostgevel wit. De benaming “Pesthuys”  is in feite onterecht, daar het gebouw nooit de functie van pesthuis heeft gehad. De nabijheid van de barakken voor pestlijders vóór de 18de eeuw heeft waarschijnlijk tot deze onjuiste benaming geleid.

Een eindje verder komen we bij een grijze poort: de Pater Vincktoren(19).De toren maakte vroeger deel uit van de tweede omwalling van de stad en is vernoemd naar pater Vinck, in de 17de eeuw ter dood veroordeeld omdat hij de Spanjaarden in de Tachtigjarige Oorlog zou geholpen hebben bij de verovering van Maastricht. Toen dit “verraad” ontdekt werd, werd hij in afwachting van zijn terechtstelling opgesloten in de toren. Zijn hoofd, samen met dat van vier andere ter dood veroordeelden, werd op een staak in de buurt tentoongesteld.

Net achter de toren ontdekken we een prachtig gebouw: het Faliezusterklooster(20-21). Dit mooi gerestaureerde gebouw is nog een overblijfsel van het oorspronkelijke klooster, met de H. Catharina als patrones, en is meer dan 350 jaar oud. De zusters ontfermden zich over de pestlijders en om zich te beschermen tegen de ziekte droegen ze een langwerpig masker met kruiden in de neus. De naam “Faliezusters” komt van de sluier (falie) die ze steeds droegen.

We steken de Begijnenstraat over en komen bij Het Lang Grachtje (Laank Gresje)(25-27-28), een oude omwalling waar de natuur de vrije loop wordt gelaten. Vooral tijdens de lente en de zomer geeft dit een mooi kleurenpalet. In de middeleeuwen mochten in vredestijd de bogen gebruikt worden als bergplaats, soms ook om handel te drijven. Je bemerkt hier ook een aantal kleine huisjes in de schaduw van de omwalling: de armenwijk. “Achter zo’n muur moet je toch wel een veilig gevoel gehad hebben” merkte Lut op.
Op een pleintje naast de universiteitsgebouwen aan het begin van de Grote Looiersstraat, staat het standbeeld van Fons Olterdissen(35) in het gezelschap van een paar kinderen. Deze geboren Maastrichtenaar was geen onderwijzer zoals Ria dacht, maar een schrijver van toneelstukken en opera’s, aanvankelijk zonder succes, maar achteraf “wereldberoemd” in Maastricht; auteur ook van het Maastrichts volkslied, een van de aria’s uit een opera van hem.

In de Grote Looiersstraat (Groete Lurestraot)(33-36) en omgeving werd vanaf de late middeleeuwen tot aan de 19de eeuw het looiersvak veelvuldig beoefend. Het leer werd uitgevoerd naar alle landen van Europa. Het water van de thans overdekte Jeker werd gebruikt bij het bewerken en reinigen van het leer. Het gebruikte water werd daarna weer in de Jeker geloosd. Bij warm weer en lage waterstand in de zomermaanden veroorzaakte dat een enorme stank. Nadat de Jeker gedempt werd, verdween ook het leerlooiersvak, maar namen als Grote en Kleine Looiersstraat en Witmakersstraat herinneren daar nog aan.

In een doodlopende straat bevindt zich het Natuurhistorisch museum.De grootste publiekstrekkers van dit museum, ondergebracht in een voormalig klooster, zijn de opgegraven fossielen uit de nabije mergelgrotten. De mosasaurus “Bèr” zwom zo’n 66 miljoen jaar geleden in de zee die Zuid-Limburg toen bedekte. Zijn versteende skelet werd in 1998 ontdekt en een van de groevemedewerkers noemde hem Bèr tijdens de opgravingen! Het zes ton zwareblok met het fossiel kreeg een plaats in de tuin van het museum met een glazen huis eromheen.

Het mooie Huys op den Jeker hebben we door het gewijzigde parcours wel gemist, maar ik wil het even vermelden. Het 17de eeuwse gebouw toont de typische Maaslandse bouwstijl van die periode. De speklagen uit mergelsteen zijn typerend. Het huis werd over de rivier gebouwd op een tongewelf zoals vaak gebeurde  omwille van plaatsgebrek in de stad. Het is altijd een woonhuis geweest en had geen functie met het water.

Even naar rechts passeren we de restanten van een stukje oude stadsmuur uit de 13de eeuw (jammer genoeg verborgen achter afdekzeilen voor verbouwingen). Dit was vroeger een waterpoort op de Jeker. Het grote gebouw en voormalig Bonnefantenklooster aan de linkerkant van de Ezelmarkt (de Ezelemerret) is nu het studentenonthaal van de universiteit. Deze zaalkerk in classicistische stijl werd gebouwd in opdracht van de zusters van het H. Graf. Vooraleer de universiteit het in gebruik nam, heeft het nog als kazerne gediend. Ook het Bonnefantenmuseum vond hier een tijdje onderdak. Wij vonden er even een welkome schuilplaats tegen de regen! Raar is dat er op de Ezelmarkt nooit ezels verhandeld werden. Die staan thans een eindje verderop, zoals duidelijk te zien is op de foto’s van Pol (37)!!!

Jammer genoeg hebben we, alweer door de weersomstandigheden, de Kruisherengang moeten missen met in het vroegere Kruisherenklooster een luxueus vijfsterrenhotel. In het kerkschip is nu een restaurant dat plaats biedt aan 85 personen. De kloostervleugels zijn ingericht als 60 hotelkamers.

We passeren de Sint-Servaasbasiliek(42) met o.m. de crypte waarin de eerste bisschop van Nederland begraven ligt en een schatkamer waarvan men zegt dat ze indrukwekkender is dan die van de O-L-Vrouwebasiliek.

Via het Vrijthof(42), beschouwd als het mooiste plein van Zuid-Limburg en wellicht ook het meest bekende, komen we bij de Sint-Janskerk(41,43), eerst een katholieke kerk bedoeld als parochiekerk van het Kapittel van Sint-Servaas, maar later overgegaan naar de Protestantse gemeenschap. Op het plein voor de kerk een indrukwekkende “verzameling” herenhuizen, eigendom van de kapittelheren. Het meest opvallende element is echter de rode toren van bijna 80 meter hoog. Volgens Ria diende de rode verf als bescherming van de mergelsteen om verkleuring en erosie tegen te gaan, volgens anderen gebruikten de kapittelheren de rode kleur om hun eigendommen aan te duiden!

Weersomstandigheden, tijdsgebrek, wekelijkse vrijdagmarkt… bezoek aan de Markt zal voor een andere keer zijn! Dus naar die andere merkwaardigheid in Maastricht: de Dominicaner boekhandel(48,49,51,53). “Duizenden boeken in een hemelse ambiance, dat is Boekhandel Dominicanen” las ik ergens. Deze boekhandel is gevestigd in de ruim 700 jaar oude Dominicaner Kerk en is door de Guardian uitgeroepen tot “The fairest bookshop of the world, a bookshop made in haven”. Een prachtige locatie met een rijke geschiedenis die zorgt voor een indrukwekkende en bovenal unieke sfeer. Naast het gevarieerde assortiment boeken vind je er ook diverse andere artikelen en muziek. Op het voormalige priesterkoor kan je ook nog eens genieten van een cappuccino van de Coffeelovers en de eeuwenoude fresco’s bewonderen. Eén  van de ingangen van de vroegere kloosterkerk is verbouwd tot een koperen tunnel (55).

We zakken af richting O-L-Vrouweplein en ontdekken op het einde van de Grote Straat het Dinghuis, oorspronkelijk een gerechtsgebouw. Een “ding” was in oud-Germaanse tijden een plaats voor rechtspraak, nu nog te herkennen in het Nederlandse woord “geding”, vertelde Ria. In de kelders bevonden zich gevangenissen die ook na de ingebruikname van het Stadhuis dienst bleven doen. Nu is er de Toeristische Dienst ondergebracht.

De Stokstraat(57 ingang), nu een mondaine winkelstraat waar zelfs Koningin Maxima geen onbekende is, was ooit een verwaarloosde buurt. De straat werd ingepalmd door huisjesmelkers en bordelen. In de tweede helft van de vorige eeuw werd de buurt grondig gesaneerd en kreeg ze een nieuwe functie als chique winkelstraat.

Om geen ambras te krijgen met d’Artagnan laten we de Thermen, het eerste Romeinse bouwwerk dat in Maastricht werd opgegraven, en de O-L-Vrouwebasiliek aan ons voorbijgaan en dalen we af naar de Graanmarkt waar we recht in de armen lopen van … d’ Artagnan, niet vooraleer afscheid te nemen  van Ria, onze toffe gids, die zo haar best deed om ons, ondanks de moeilijke omstandigheden en met een paar goedgekozen droge tussenstops,  toch nog via enkele sfeervolle plekjes te laten genieten van het mooie Jekerkwartier, een wijk om in betere tijden zeker nog eens over te doen. Of, zoals de Maastrichtenaren zeggen: “Sjiek en sjoen, same nog es doen”!

***

Middagpauze dan in het Grand Café d’Artagnan(67) (alweer die musketiers!) op de Graanmarkt nr. 3, waar ze ons al van ver zagen komen!

Even voorstellen. Niet alleen aan de naam kleeft een rijke historie, ook de locatie aan de Graanmarkt kan terugkijken op een bewogen verleden. Op deze plek, achter het koor van de O.-L.-Vrouwebasiliek, moet in vroeger tijden de graanmarkt geweest zijn. Het pand is in 1660 gebouwd als brouwershuis en moet er ten tijde van de belegering door Lodewijk XIV al gestaan hebben. De geschilderde en gepleisterde gevel met zijn zes Ionische pilasters is typisch voor de architectuur van de tweede helft vande 17de eeuw. Na eerder diverse horecabestemmingen opent in 2003, het jaar van het festival d’Artagnan in Maastricht, Lorenzo Van Thor in dit statige pand de deuren van zijn“Grand Café d’Artagnan”(59,60,61,62). De Limburgse keuken, met een knipoog naar de Franse bistro, wordt gerund door Dennis en Kyra. Zij serveerden ons een heerlijk menu van zalmtartaar met een crème van dille, een ferme brok biefstuk met een truffelsaus, gewokte groenten en een roseval  garnituur, om af te sluiten met een coup van de chef in drie kleuren. De wijn, goedgekeurd door een paar kenners in de groep, vloeide rijkelijk en wie dacht daarmee zijn gezondheid te schaden, werd prompt naar eigen wensen bediend. Nog vertellen dat onze jarige Willy ook nog van de nodige felicitaties werd voorzien(64-65)! Toen we Dennis en Kyra (66) van achter hun potten en pannen haalden, kregen zij niet alleen van ons, maar ook van alle andere aanwezigen een warm en dankbaar applaus! Niet te verwonderen dat dit Grand Café een begrip geworden is voor de “Meestrechteneer” en ver daarbuiten!

***

Maar wij moesten ervandoor, want het verder dagprogramma riep ons weer naar buiten, waar zowaar alleen de plassen nog aan de voorbije regenbuien herinnerden! We wandelen via de Maaspromenade naar de, letterlijk en figuurlijk,  Hoge Brug(71), die zelfs Freddy met glans weet te overwinnen! Aan de overzijde volgen we de rustige Maaspuntweg(75) naar het Bonnefantenmuseum. Dit gebouw(74), met zijn opvallende 28 m hoge raketvormige zinken toren van de Italiaanse architect Aldo Rossi, is één van de belangrijkste blikvangers aan de skyline van Maastricht. Daar wachtte Mieke Stinckens ons op, want zij zou onze gids zijn(76).

De naam Bonnefanten is afgeleid van het voormalige Bonnefantenklooster in de binnenstad van Maastricht waar het museum vele jaren gevestigd was. “In de volksmond had dit convent in de 18de eeuw de benaming “Couvent des bons enfants” (klooster van de goede kinderen) meegekregen, omdat de jeugd bij de kloosterzusters voorbeeldig werd opgeleid. Weldra stond ook het klooster in het Maastrichtse spraakgebruik bekend onder de naam “Bonnefanten”. 

Vlakbij de ingang bevindt zich de lichttoren, een telescoopvormige binnentoren(77-79), die als het ware het complement vormt van de rakettoren buiten aan de Maas. Het meterslange tapijt(78) van een modern kunstenaar, waarvan ik de naam niet heb onthouden, beeldt op een vrij surrealistische manier het leven van de mens uit van  geboorte tot  dood. Tientallen namen van hedendaagse gebruiksvoorwerpen “zweven” ertussen zodat de hele voorstelling een uitbeelding wordt van het leven in deze tijd en zo voor latere generaties een realistisch tijdsbeeld vormt. Onze gids maakte daarbij  terecht de vergelijking met het “Tapijt van Bayeux” waarop de Slag bij Hastings afgebeeld staat en dat ook een waar tijdsdocument is. Via een monumentale trap (96) troonde Mieke ons mee naar de eerste verdieping voor de kennismaking met enkele “Oude Meesters”. Prachtige houtsculpturen, o.m. een knielende “Magdalena”, een indrukwekkende “Anna-te-Drieën” en een zwaar gehavende maar gelukkig van de ondergang geredde gekruisigde “Christusfiguur” (82). Sommige meesters wisten toen al hun werk op een heel eigen wijze van hun signatuur te voorzien. Rubens, Pieter Brueghel e.a. bekleden hier een ereplaats. Interessant was de vergelijking van oudere meesters met het “jong geweld”. Zo de parabel van de “Overspelige vrouw”(88) en de klassieke “Kruisafneming” (90) met de moderne uitgave daarvan (89).

We hadden het geluk ook te kunnen genieten van de laatste halte van “ Tien topstukken on Tour”. Na musea in Den Haag, Enschede, Eindhoven e.a .kon de bezoeker hier 10 topstukken uit de vier grootste musea (Rijksmuseum, Van Goghmuseum…) komen bewonderen. Daaronder o.m. werk van Rembrandt, Appel “De vierkante man”(84), Steen, Monet en Picasso…

Op de tweede verdieping ontdekken we het werk van een Nederlandse fotografe Robin de Puy (Google!) die het portret van “Randy”(87 en 91), een Amerikaanse jongen, neerzet in de vorm van een installatie met foto’s en film. Ik moest hierbij onwillekeurig denken aan Ai Weiwei in het FOMU!

In de top van de buitentoren brengt de gids ons nog bij een heel merkwaardig werk van een Engelse kunstenaar. Deze opmerkelijke installatie, met aangepaste geluiden (muziek?) uit een loofbos, bestaat uit een duizelingwekkende zwart-witte muurschildering van omgekeerde gestileerde bomen. De “betovering” van dit bos kan de bezoeker zelf uittesten en helemaal zen worden door op de grond op de voorhanden zijnde kussens te gaan liggen, wat Rik en Raymond prompt eens wilden proberen (92 ,93)! En of ze er “zen” uitzagen!…Sereen einde dus van een toch wel merkwaardig bezoek!

***

En toen was er nog koffie met vlaai in het museumcafé “Ipanema” (97-98) .Onze Passers-TEFAF’fers hadden tijdig hun biezen gepakt in het MECC en wachtten ons al op in het café. Hadden zij een klein beetje schrik misschien om te laat te komen? Dat zou dan wel echt pech geweest zijn om de beste vlaai van Maastricht te moeten missen. Mathieu Hermans, ze noemen hem “de God” onder de banketbakkers, bakt volgens 77 % van zijn klanten uitstekende rijst-, krieken-, kaas- en andere amandeltaarten! En lekker waren ze, en de voorraad voldoende ook! Tussen twee happen door moesten ook nog twee jarigen bezongen worden, Jean Charlier en Michel Foulon, die de middagsessie in Café d’Artagnan gemist hadden. Mogen hun dagen gevuld zijn met zon en zegen!

***

Eigenlijk zou hier nu nog het relaas moeten volgen van het bezoek aan TEFAF, maar een mens kan niet overal tegelijk zijn en dus zorgt daar de tandem Jordens-Foulon voor, want zij hebben in het MECC alles met arendsogen gevolgd en geregistreerd. Bedankt, mannen!

***

Veel leesgenot en tot in Namen!

Pierre


André

Met een knipoog naar Ulysses… een dag als een andere of toch net niet.
Gunther bracht ons op zijn rustige manier van Tienen naar Maastricht…De busreis of het bijpraten met Koperen vrienden…meestal een maandje niet meer gezien. Warme en hartelijke ontvangst bij ”vriendelijke Nederlanders” in den Hilton. Daarna gingen de twee groepen ieder hun eigen weg…zij die zich lieten uitregenen en onze groep van 15 TEFAFISTEN. Het hoekje om (letterlijk) trappen beklommen en nedergedaald in de grootste antiekbeurs van Europa. Redelijk massale toestroom en een aanschuiven om jas, hoed, sjaal en regenscherm kwijt te geraken aan X x 2 Euro, naar onze mening dieflijk gestolen…

De beurs zeer overzichtelijk met plan wierp ons in een enorm gebouw waar smalle binnenstraten met galerijen en galerijtjes  hun unieke stukken presenteerden - weinig kasten…maar een zee aan schilderijen,beelden , zilverwerk en juwelen
Kunst uit alle continenten met toch de nadruk op de grote meesters (groot in uitstraling en prijs) Modigliani (13.8 miljoen dollar). De Brueghels, de Oude en de Jonge, Salvador Dali, Jordaens, Picasso, Renoir, Matisse, Braque en al de anderen…zij waren duidelijk aanwezig in de fysische ruimte.
De kleine gids die we kregen gaf wel een goed beeld van 24 hoogstandjes en hielp bij de rondgang. Imponerend waren wel de grote schilderijen die enkel lijken te passen  in oude herenhuizen met hoge zoldering en enorme muren.
Op eigen aanvoelen en luisterend naar de opmerkingen van andere bezoekers hadden wij sterk de indruk dat de meeste moderne schilderijen minder werden gesmaakt dan de klassieken.
Monumentale kunst kwam ook minder aan bod.
De Galeriehouders, meestal in strak pak, iets ouder en waarschijnlijk ook iets rijker, zagen dat wij niet de kopers waren en verloren snel hun belangstelling.
Over deze mensen toch nog dit…zij kwamen uit gans de wereld, van Japan tot Spanje…New-York tot Londen en betaalden 25.000 Euro voor 1 week op Tefaf… niet goedkoop maar als je verkoopt  maakt het veel goed.
De beurs is te omvattend om werkelijk alles te kunnen zien maar we kregen toch een fantastische blik op een andere wereld…de kunstwereld maar dan voor echte rijken.
Guy zocht naar de “kleine Picasso” maar had net iets te weinig zakgeld bij om het kleinood mee te nemen.
Koperen Passers die hun dame wilden plezieren met een ring konden terecht bij een prachtige diamanten ring ter waarde van 1.6 miljoen euro.

Vermelden waard…de democratische lunch  bovendien bediend door knappe Hollandse meisjes, en de Koperen die echt meer wilden, konden terecht in de Oesterbar met champagne.
De vele eet-en drankhoeken gaven voldoende rustpunten in  de hectische ketel.
Samengevat was TEFAF 2018 zeker de moeite waard…veel leerpunten en extra cultuurkennis in kleur.
Iets dat je echt eens moet gedaan hebben…anders dan Scherpenheuvel !!!
Zouden wij deze dag in schoonheid eindigen bij de andere Koperen Passers ?
Het Bonnefantenmuseum vinden bleek niet eenvoudig…langs de MAAS…maar die leek spoorloos…zelfs een tram kwam er bij te pas en uiteindelijk met buitenlandse hulp en na een wilde rit konden we rustig terug verbroederen met de andere Passers, genietend van lekkere koffie en heerlijke "vlaai".
Dit was eens te meer een prachtige realisatie van ons leiderskwartet.

André

 

 

Foto's